Laureaten Expositie

Stedelijk Museum Hoogstraten | 1/1/2016

Stel je eens voor:


Je oude rimpelige handen omklemmen een kop koffie
Niet wetend wat je ermee moet

Als je met mevrouw wordt aangesproken
reageer je niet

Je staart doelloos voor je uit
Leegtes vullen jouw gedachten

Je man komt je bezoeken
Je noemt hem Ton, dat is je broer

Je twee dochters zijn je zussen
Maar snappen doen ze jou niet meer

Je leeft op
als je meezingt met een liedje van vroeger

Maar wie al die mensen op de foto’s in je kamer zijn,
is jou onduidelijk

Je eigen spiegelbeeld herken je niet
Degene die je ziet, is je moeder

 

Rond vier uur wordt je onrustig
want je moet thuis zijn als de kinderen van school komen

Je wil naar huis
en klampt iedereen aan

Je ouders zullen vast ongerust zijn
als je nog niet thuis bent


Deuren blijven voor jou gesloten
En je dwaalt urenlang over eindeloze gangen

op zoek, je zoekt, zoekt, zoekt…..


……. je bent jezelf verloren.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

‘Leegtes vullen mijn gedachten’.

 “Ik woon hier toch helemaal niet…..thuis is bij mijn vader en moeder.….en zegt mijn zus nou dat ze mijn dochter is?”
Mensen met dementie zijn vaak gedesoriƫnteerd in plaats, tijd en persoon. Ze zijn de grip op de werkelijkheid kwijt en leven daardoor in een soort isolement.

 

 ‘Ik zie, ik zie…..’.

Het zelfbeeld van een dementerende is nagenoeg kwijt. Vaak hebben ze geen idee hoe oud ze zijn. Zichzelf in een spiegel zien, of foto’s van zichzelf in de tegenwoordige tijd bekijken, geeft verwarring. Vaak herkennen ze hun moeder of vader in hun eigen spiegelbeeld maar snappen niet dat ze dit zelf zijn. Gaan wij, omdat we ijdel zijn, nog al eens voor de spiegel staan, een dementerende zal vaak de spiegel (onbewust) mijden.

 

 

 ‘Ik leef mijn tweede jeugd’.

Opgroeien betekent ouder worden. Een dementerende is dan meestal wel oud maar gaat in het dementieproces terug naar het verleden. De “plaatjes” die er het laatst bijkomen, gaan er als eerste af en de vroegere blijven over.
Het kan zelfs zo zijn dat aan het eind van het proces, de dementerende een foetus houding aan gaat nemen. Het begin van het leven wordt het eind.

 

 

‘Losse fragmenten dwalen door mijn hoofd’.

“Ik denk dus ik besta” is een bekende zin. Maar als het denken moeilijker gaat en de context van het denken weg is, wat zegt het bestaan van iemand dan nog?

Bewijs dat je bestaat of bestaan hebt, staat dan enkel nog op papier: je geboortebewijs, je huwelijksakte, je paspoort.
Om wat houvast te bieden aan de fragmenten uit hun leven wordt voor sommige dementerenden een levensboek gemaakt. Daarmee kan men terugkijken op belangrijke momenten van hun bestaan.